Van glucosecontrole naar een brede metabole aanpak
Na afloop van deze cursus weet u:
- dat het doel van de behandeling is om klachten en complicaties zoals (toename van) hart- en vaatziekten, chronische nierschade, retino- en neuropathie te voorkomen;
- dat educatie en leefstijladviezen nog steeds de basis van behandeling zijn;
- dat metformine stap 1 vormt voor medicamenteuze behandeling van diabetes type 2 zonder zeer hoog risico op HVZ en dat in stap 2 voor een sulfonylureumderivaat gliclazide meestal een goede keuze is;
- dat men nu in stap 2 hiervan af kan wijken en een GLP1-agonist kan starten bij een BMI ≥ 30 of een SGLT2-remmer bij ≥ 4 risicofactoren voor hart- en vaatziekten;
- dat vanaf stap 3 de keuze voor de medicatie afhankelijk is van de benodigde HbA1c-daling en van kenmerken en voorkeuren van de patiënt;
- voor niet-kwetsbare patiënten met een levensverwachting > 5 jaar en eGFR > 10 ml/min/1,73 m2 met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten een afwijkend medicamenteus stappenplan geldt;
- dat SGLT2-remmers en GLP1-agonisten de basis vormen van de medicamenteuze behandeling bij deze groep;
- dat de orale toedieningsvorm van semaglutide ook in plaats van de subcutane injecties ingezet kan worden;
- dat de diabeteszorg steeds meer gericht is op verlaging van het risico op hart- en vaatziekten en/of progressie van chronische nierschade en hartfalen dan op de glykemische instelling.